zondag 25 mei 2014

STAP 5: Hoe kan ik als leerkracht omgaan met de dood in mijn kleuterklas?

Belangrijk is dat we als leerkracht zorgen voor een sfeer van vertrouwen en verbondenheid. Wanneer kinderen deze sfeer aanvoelen gaan ze zich onmiddellijk veiliger voelen. Wanneer kinderen zich veilig voelen, kunnen ze hun verdriet uiten. Als dit niet het geval is, stellen ze dit rouwen uit. Het is als leerkracht belangrijk om je te blijven informeren hoe het met het kind gaat, ook als het kind zich afsluit. We moeten ons medeleven blijven tonen ten opzichte van het kind. Op die manier voelt het kind dat je afweet van het verdriet en dat je er voor hem bent. 

Leerkrachten kunnen kinderen ondersteunen door hen na verlies of pijn de kans te geven tot creatieve expressie. Kinderen kunnen nog niet altijd verwoorden wat ze voelen en daarbij kan het bijvoorbeeld helpen om hen te laten schilderen, tekenen, boetseren, muziek maken, etc. Dit maakt het voor kinderen gemakkelijker om over hun gevoelens en gedachten te communiceren. Kunstzinnig werken wordt vaak aangevoeld als veilig, want je hoeft niet te praten over jezelf maar toch kan je je uiten. Wanneer we kleuters muzisch laten werken na rouwen of verdriet is het belangrijk om kinderen ook te laten vertellen over wat ze gedaan hebben. Een belangrijke tip voor leerkrachten daarbij is dat het belangrijk is om kinderen te laten vertellen en er zelf geen betekenis aan te koppelen. Wanneer we dit doen ontnemen we kinderen een belangrijke kans.

We kunnen als leerkrachten belangrijke personen zijn in het leven van rouwende kinderen. Wanneer er een verlies optreedt binnen een gezin of familie verandert er vaak veel voor een kind. Hierdoor gaat het kind zich thuis niet meer veilig voelen. Op school daarentegen blijft alles zoals voordien. Hierdoor kan het zijn dat kinderen zich hier op dat moment veiliger voelen dan thuis. Dit kan ervoor zorgen dat ze hun verdriet eerder op school gaan uiten dan thuis. 

Hieronder geef in enkele suggesties uit de literatuur van mogelijke activiteiten die leerkrachten kunnen doen om een overlijden een plaats te geven in de klas. 
Er kan bijvoorbeeld gewerkt worden met een herdenkingshoekje waarin allerlei zaken over de overleden persoon verzameld worden. Kinderen kunnen dan even in het hoekje gaan zitten wanneer ze even 'bij de persoon' willen zijn of even alleen zijn. Leerkrachten kunnen kleuters daarbij de kans geven om dingen van thuis mee te brengen om in het hoekje te leggen. 

Ook werken met verhalen kan voor kleuterjuffen een grote hulp zijn. 
Hieronder wil ik kort enkele mogelijke prentenboeken weergeven. 
   Lieve oma pluis
De oma van Nijntje sterf. Het is net alsof ze ligt te slapen, maar ze ademt niet meer. Nijntje heeft veel verdriet. Op een rustig plaatsje in het bos wordt oma begraven. Nijntje brengt mooie bloemetjes naar oma en zet ze op het graf. 
Dit boek is geschikt voor jonge kleuters. Het is te gebruiken vanaf 2 jaar. Het is erg geschikt voor de kleuters van de instapklas en de eerste kleuterklas.
   Kikker en het vogeltje 
Kikker vind een vogeltje. Varkentje, Haas en Eend komen ook kijken. Ze denken samen na over wat er met het vogeltje is gebeurd. Kikker denkt dat hij kapot is, dat het vogeltje het niet meer doet. Varkentje denkt dan weer dat het vogeltje gewoon wat ligt te slapen. Uiteindelijk zegt Haas dat het vogeltje dood is. 
Maar dood zijn, wat is dat? vraagt Kikker zich af. 
Ze begraven het vogeltje samen en gaan dan verder met de alledaagse dingen. Kikker komt aan het einde van het verhaal tot de conclusie dat het leven prachtig is en ziet dan een ander vogeltje fluiten in een boom. 
Dit prentenboek is geschikt voor kleuters vanaf 4 jaar. 

   Rikki en de eekhoorn 
Dit is ongeveer hetzelfde verhaal als 'Kikker en het vogeltje'. De prenten zijn alleen meer geschikt voor jongere kleuters. 
Het verhaal gaat over Rikki die in het bos gaat zoeken naar kastanjes. Maar wat vindt hij daar op de grond? Het is een eekhoorn. Rikki vraagt zich af of hij ligt te slapen, of hij ziek is, of hij een pootje gebroken heeft. Rikki gaat zijn vriendinnetje Anni halen. Samen brengen ze de eekhoorn naar Rikki's mama. Zij weet meteen wat er aan de hand is en legt dit uit aan de kleuters. 
Dit prentenboek is geschikt voor kleuters vanaf 3 jaar. 
   Derk Das blijft altijd bij ons
Derk Das is een goede vriend van alle dieren in het bos. Maar hij is oud geworden, heel oud. Op een dag vindt Victor een brief van Derk Das waarin hij schrijft dat hij een lange tunnel is ingegaan. Hij neemt afscheid van de dieren in zijn brief. Das' vrienden zijn erg verdrietig, maar later herinneren ze zich dat hij hen allerlei dingen geleerd heeft. De dieren missen Derk Das heel erg, maar als ze over hem praten is hij toch een beetje bij hen. 
Het boek is geschikt voor kleuters vanaf 4 jaar. 
   Groter dan een droom 
Zus is dood, al voordat broer geboren werd. Broer heeft haar dus nooit gekend, maar toch hebben ze een speciale band. een band die alleen broers en zussen kunnen hebben. In het verhaal maken zus en broer samen een fietstocht. De dood van zus leeft nog in het gezin, maar dit op een positieve manier. Dit boek is geschikt voor de oudste kleuters.  
   Het egeltje onder de oude boom 
Egeltje werd op een mooie winterdag geboren. Mama en Papa Egel zorgde goed voor hun egeltje. Hij groeide goed en kreeg stevig stekels. Maar mama begon zich na een tijdje zorgen te maken, want egel speelde niet zoals de andere egels en zijn stekels waren slapper. Mama ging met egeltje naar dokter Uil. Die stelt vast dat Egeltje erg ziek is. Dokter Uil vertelt dat Egeltje zijn eerste verjaardag niet meer zal halen. In de zomer sterft Egeltje. Mama en Papa Egel nemen afscheid van hun kleine egel. Ze begraven hun kindje onder de oude boom waar Egeltje steeds naar de bladeren keek. Dit prentenboek is geschikt voor de oudste kleuters.
   Papa, hoor je me? 
Polle vertelt over zijn vader. Hij beschrijft het proces van zijn ziekte. Hij vertelt dat papa hem vertelt heeft dat er allemaal kleine soldaatjes in zijn lichaam zaten. Het waren gemene soldaatjes die hem kapot wilde maken. De dokter gaf hem medicijnen tegen deze soldaatjes en na een tijdje won het medicijn. Hij vertelt dat zijn papa hem beter voelt, maar er waren nog gemene soldaatjes die niet dood waren. Zij hadden zich in zijn lichaam verstopt. Polle vertelt hoe het stil is in huis, over mama die huilt, over zijn broer Dajo die altijd alleen op zijn kamer zit, etc. 
Dit prentenboek is eerder gericht op de oudste kleuters en leerlingen van het eerste en tweede leerjaar.
   Een boom vol herinneringen 
Vos heeft lang en gelukkig geleefd, maar nu is Vos erg moe. Hij zoekt een plaatsje uit in het bos en doet zijn ogen voor altijd dicht. De vrienden van Vos missen hem erg. Ze komen vaak samen om herinneringen over Vos op te halen. Terwijl ze dit doet, groeit er een plantje waar Vos begraven ligt. Telkens wanneer er herinneringen worden opgehaald groeit het plantje. Uiteindelijk groeit het plantje uit tot een boom, een boom vol herinneringen. 
Dit prentenboek is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar. 
   Ik had je nog zoveel willen zeggen 
Das en Maatje zijn de beste vrienden. Ze doen alles altijd samen. Maar plots is Maatje weg. Maatje is dood. Das voelt zich helemaal alleen. Hij probeert Maatje op verschillende manieren te bereiken, omdat hij Maatje zo mist en nog zoveel te vertellen had. Hij gaat naar haar op zoek, schrijft een brief, etc., maar tevergeefs, Maatje is onbereikbaar. 
Een prentenboek dat geschikt is voor kleuters vanaf 4 jaar. 

Een andere optie om met kleuters te werken rond rouwen en verdriet is een foto of doodsprentje in de kring bij zich te zetten. We kunnen met kleuters samen een kaarsje aansteken en kleuters stil laten worden. 

Ook kunnen we met liederen werken. We kunnen moeilijke boodschappen in liedjes gieten. Door samen met kleuters te zingen voelen ze zich verbonden en veilig. Boodschappen krijgen ook vaak muzikaal meer betekenis voor kleuters. Er zijn tal van liedjes terug te vinden in boeken en handleidingen voor de kleuterklas, bijvoorbeeld: Troostlied uit de handleiding TOV. 
Vanuit de begrafenis van Marieke (het kleuter uit mijn omgeving die stierf), ken ik nog altijd een liedje. Ik zing dit nog vaak wanneer ik naar haar tuintje ga of naar de sterren kijk. Het heeft me op een of andere manier altijd met haar verbonden. Hieronder geef ik graag de tekst weer. 

Soms heb ik veel verdriet,
want jij jij bent er niet, 
dan kijk ik naar een sterretje 
of naar de regenboog
dan kijk ik naar een bloemetje 
'k voel tranen in mijn oog 
want bij die mooie dingen 
denk ik steeds aan jou 
en wil ik zachtjes zingen 
dat ik nog van je hou. 

We kunnen ook werken met een gebeds- of stiltemoment. Hiervan vind je ook heel wat voorbeelden terug in de handleiding TOV of Tuin van Heden. 
Wanneer we met een gebed werken is het hierbij belangrijk dat het gebed aansluit bij de leefwereld van de kleuters. 
Bij de jongste kleuters moeten we op zoek gaan naar een kort en concreet gebed. Bij oudere kleuters kunnen we al gebruik maken van abstractere gebeden. Al gaan we nog steeds niet te abstract. We vinden ook heel wat voorbeelden terug in de boekjes 'Even stil' die zijn uitgebracht voor de verschillende leeftijden. Hieronder geef ik een gebedje weer voor de twee leeftijdscategorieën. 

Kijk eens, lieve oma, 
ik brand een kaars voor jou. 
Ik weet wel dat je dood bent. 
Maar dan zie je toch 
dat ik van je hou. 

(Even stil voor kinderen van 3 tot 5 jaar)

Lieve Jezus, 
ik heb verdriet. 
Iemand van wie ik heel veel hou, 
is er niet meer. 
Dood. 
Ik schrei veel. 
Nooit zal ik die lieverd nog zien. 
Wat moet ik doen, Jezus? 
Ik zou graag hebben dat wie dood is, 
een beetje verder kan leven in mijn hart. 
Ik vraag het je, Jezus. 

(Even stil voor kinderen van 6 tot 8 jaar) 

Wanneer we lesgeven in het gemeenschapsonderwijs of gemeentelijk onderwijs, kunnen we een stiltemoment voorzien. Je kan werken met gedichten die voorgelezen worden wanneer de kaars brand. Kleuters worden stil en kunnen op die manier tot innerlijke rust komen. We moeten hier hetzelfde aandachtspunt in ons achterhoofd houden als wanneer we met een gebed werken, namelijk voor jonge kleuters iets concreet en kort bij hun leefwereld. Bij oudere kleuters kan het al iets abstracter. 

We kunnen ook filosoferen met kleuters over het onderwerp 'dood gaan'. 
Ik postte op een blog een voorbeeld van een kleuterjuf die met haar kleuters gefilosofeerd heeft over het onderwerp 'de dood'. Er kunnen vragen in aan bod komen als 'wat gebeurt er als we dood gaan?', 'kan de overleden persoon ons zien?', etc. Het is belangrijk om kleuters hun mening te laten verwoorden en voor ogen te houden dat een mening van een kleuter nooit fout is. 
We proberen kleuters zoveel mogelijk op elkaar te betrekken. 
Hierbij moeten we opletten dat we er niet te diep op ingaan, want dit kan bij sommige kleuters angstgevoelens oproepen. 

Er zijn ook methodes en handleidingen die we kunnen raadplegen voor mogelijke activiteiten in de klas. Naast TOV en Tuin van Heden kunnen we ook gebruik maken van de Axenroos (waar in heel wat scholen standaard mee gewerkt wordt) of met 'Een wereld vol troost'. 
Wanneer we met de Axenroos werken op school kunnen we in een periode van verdriet en rouw werken rond de schildpad. De schildpad ondergaat angsten en moet dingen van zich afzetten. Wanneer kinderen geconfronteerd worden met rouw en verdriet kunnen ze zich erg goed inleven in de schildpad. Ze zullen deze ax op die manier beter begrijpen. 

We kunnen ook gebruik maken van 'Een wereld vol troost'. Dit is een koffer met allerlei materialen rond de dood. De koffer bevat gedichten, verhalen, poppen, prentenboeken, etc. De koffer bevat materialen over vijftien uiteenlopende verliessituaties. Het gaat van het verliezen van een waardevol voorwerp tot het verlies van een persoon. 
Deze koffer is ideaal om in de klas te hebben en wanneer we onverwacht met rouwsituaties geconfronteerd worden boven te halen. We kunnen deze koffer dan gebruiken om het onderwerp bespreekbaar te maken. 

We hebben als leerkracht oneindig veel mogelijkheden om kleuters te ondersteunen bij rouw en verdriet. Ik denk dat het belangrijkste om mee te nemen is dat we eerlijk en oprecht moeten zijn tegen kleuters. We moeten durven ons eigen verdriet te tonen en open te staan voor hun verdriet. We moeten voor hen klaarstaan om hun te steunen wanneer zij hier echt nood aan hebben. 



STAP 5: Op welke manier rouwen jonge kinderen?

Vanuit het lezen van de verschillende bronnen ben ik te weten gekomen dat jonge kinderen heel anders denken over de dood en er op een andere manier mee omgaan dan volwassenen. Dit heeft te maken met specifieke kenmerken van deze jonge kinderen . 

Jonge kinderen denken vaak heel concreet over de dood. Kinderen gaan niet vanzelf zo over de dood denken. Ze moeten eerst weten wat het complexe begrip 'dood' betekent. Dit komen ze meestal pas te weten als ze ermee geconfronteerd worden. 
Daarnaast zien we dat kleuters de dood vaak als niet definitief ervaren. Ze denken vaak dat een overleden persoon nog terug tot leven zal komen. Dit komt doordat het tijdsbesef van kleuters nog niet ver genoeg reikt. 
Daarmee komt dat kleuters de dood vaak als nog omkeerbaar zien. Dit zien we vaak terugkomen in hun spel, waarin uitspraken voorkomen als 'nu ben je terug levend hoor!'. Ze beseffen nog niet dat een overleden persoon niet meer terug levend kan worden.
Ook merken we dat kinderen het nog moeilijk hebben met de non-functionaliteit en de universaliteit. Kleuters vinden het moeilijk te begrijpen dat de levensfuncties ophouden. Ze vinden het moeilijk te begrijpen dat overledenen niet meer eten, drinken, baden, etc. Dit zijn voor kinderen belangrijke momenten in hun dag. Het zijn terugkomende gebeurtenissen die zorgen voor veiligheid. Met universaliteit bedoelen we dat kleuters moeite hebben met begrijpen dat iedereen dood gaat. Doordat kinderen deze aspecten vaak nog niet begrijpen, zien we dat ze hun eigen ideeën en fantasieën gaan ontwikkelen.  
We zien soms dat kinderen zich schuldgevoelens gaan aanmaken. Deze ontstaan doordat ze nog geen verbanden kunnen leggen en hun magisch denken deze gedachtensprongen mogelijk maak.

Ideeën van kinderen zijn vaak heel uiteenlopend. Dit komt doordat 'dood' een abstract en niet-waarneembaar gegeven is. Kleuters gaan daarom hun fantasie gebruiken om zaken die ze niet begrijpen verder aan te vullen. Hierdoor ontstaan verschillende betekenissen rond het begrip 'dood'. Het is  belangrijk dat we ons realiseren dat wij ook de waarheid over de dood niet kennen: elke gedachte kan waar zijn. Dit moeten we ook overbrengen op kinderen en hun ideeën en gedachten niet zomaar afwimpelen, maar hen laten vertellen, tekenen, boetseren, etc. zodat ze weten dat ze altijd bij ons terecht kunnen. 


De manier waarop kinderen rouwen is een weerspiegeling van hun ontwikkelingsstadium of hun leeftijd. 
Kinderen tot drie jaar voelen vaak aan dat er iets gebeurd is. Dit kunnen we merken aan hun lichaamstaal, want ze hebben nog geen taal om zich uit te drukken. Vaak zien we veranderingen in un gedrag, bijvoorbeeld: erg onrustig zijn, in een hoekje kruipen, etc. 
Drie- en vierjarigen zijn bij verlies duidelijk ontredderd en voelen verlies al écht aan. Ze zien de dood vaak als iets tijdelijks. Ze hebben het dan ook moeilijk met het definitieve karakter van de dood. 
Vier- en vijfjaren kunnen zich al een meer realistische voorstelling van de dood maken. Maar we zien deze meer realistische voorstelling alleen terugkomen bij oude mensen. Ze zien dat de dood als iets angstigs, duister en associëren het vaak met slapen. Ze vinden het heel moeilijk te aanvaarden dat kinderen kunnen sterven. 
Vijf- en zesjarigen zijn al taalvaardiger, waardoor ze meer vragen gaan stellen over de biologische kant van doodgaan. we merken dat deze kinderen opnieuw cyclisch gaan denken. Deze kleuters gaan zich vaak een eigen voorstelling maken van de dood. 
Zeven- tot tienjarigen hebben niet alleen aandacht voor de biologische kant van de dood, maar zijn ook geïnteresseerd in wat er na de dood gebeurd. Metaforen die mensen gebruiken om de dood voor te stellen gaan mensen interesseren, bijvoorbeeld: de hemel. 
Vanaf elf jaar kunnen kinderen beter abstract denken. We merken dat de manier waarop zijn met de dood omgaan meer in de richting gaat van die van volwassenen. 
Jongeren gaan nadien op zoek naar betekenis en waarden van leven en dood. 

We zien dat kinderen heel anders omgaan met verdriet en rouwen. 
We merken dat kinderen bij het verlies in de eerste plaats bezorgd zijn om hun eigen primaire behoeften. Ze zijn bezorgd om wie hen eten zal geven, wie hen naar school zal brengen, etc. Dit zijn heel normale vragen. 
Daarnaast merken we ook dat jonge kinderen erg afhankelijk zijn van volwassenen in hun rouwproces. Als ze bijvoorbeeld merken dat volwassenen hun verdriet niet uiten, zullen kinderen hun verdriet uitstellen tot ze zich veilig genoeg voelen. 

Ook zien we dat kinderen rouwen temidden van het gewone leven. Kinderen tonen hun verdriet pas wanneer het op gang wordt gezet maar nog belangrijker wanneer ze zich veilig genoeg voelen. Wanneer ze zich veilig genoeg voelen, kunnen ze hun verdriet tonen en rouwen. Wanneer kinderen rouwen doen ze dit in korte maar intense periodes. Kleuters kunnen nog niet lang bezig zijn met hun verdriet. Ze rouwen met onderbrekingen en daarom duurt het soms verschillende jaren. Om deze reden zien we vaak dat kinderen heel intens verdriet kunnen beleven en spreekwoordelijk vijf minuten later terug plezier maken en lachen.
Jonge kinderen leven zich uit in actie en spel. Dit is hun manier om verdriet te verwerken. Spel is de taal van het jonge kind. Wanneer ze situaties uitspelen, zijn ze ondertussen hun gevoelens aan het verwerken. 

Soms merken we bij rouwende kinderen een tijdelijke regressie na verlies. We zien dan dat kinderen terugvallen in vroeger gedrag. Ze gaan bijvoorbeeld terug duimzuigen, bedwateren, etc. We kunnen het zien als het willen terugkeren naar een 'veilige' periode in hun leven. Ze willen als het ware een pauze inlassen in hun rouwproces. 

STAP 4: Bronnenlijst

Artikels:
- Het vertrouwen dat tranen worden gedraagd, niet voor altijd, maar altijd weer. Kleuters en ik: ervaringsgericht werken met jonge kinderen. - Jrg. 22, nr 3 (februari-maart-april 2006); p. 5 - 11
- Tolsma, E. & Strubbe, W. Kleuters en ideeën over dood. De wereld van het jonge kind: vakblad voor ontwikkeling, opvoeding en onderwijs aan jonge kinderen. Jrg. 24, nr. 5 (januari 1996), pag. 162-164
- De Poorter, M. Een kleuter overlijdt plots en is niet meer in onze klas... Katholieke schoolgids. Jrg. 56 nr. 1 (2002), pag. 3-9
- Tonnard, K. Kinderen en hoe omgaan met de dood, Katholieke schoolgids. Jrg. 56 (2002), nr. 1, pag. 10-20
- Depondt, L. (2007) Rouw en verlies: het kind moet voelen dat het tegenover iemand staat die ook weet wat pijn en verdriet is. Kleuters en ik: ervaringsgerucht werken met jonge kinderen, Jrg. 23, nr. 3, pag. 11-14


Websites: 
- Kleuterklasse.nl, "Over mist, wolken en wat er gebeurt als je dood gaat"
- Website Claire Vanden Abbeele 
- Website KULeuven Thomas (rouwmodel van dr. Worden)

Boeken: 
- Er zijn voor jou, Lannoo
- Spee, I., Roos, D. & Fiddelaers-Jaspers, R. (2000) Veelgekleurd verdriet: afscheid nemen vin verschillende culturen. KPC Groep: 's Hertogenbosch
- Keirse, M. (2002) Kinderen helpen bij verlies: een boek voor al wie van kinderen houdt. Tielt: Lannoo

STAP 4: Interview met ouder van kleuters die klasgenootje verloor

Ik heb een interview gedaan met de mama van een kleuter dat bij Marieke in de klas zat. Marieke overleed plots in een ongeluk toen ik in het zesde leerjaar zat.
Marie zat op dat moment bij haar in de klas. Ze waren beste vriendinnetjes.
Ik wou te weten komen hoe Marie dit verlies heeft ervaren, hoe het als ouder was om daarmee om te moeten gaan, wat de school heeft ondernomen, wat zij van die initiatieven vond, etc.

Hoe ben je te weten gekomen dat Marieke toen overleden was?

Dat was via mail. We hebben een mail gekregen. Dat was in het weekend van Pinksteren. Pinksermaandagavond een mail van de ouderraad. Ik zat toen in de ouderraad en dan is het doorgemaild naar de mensen van de ouderraad. Want mijn man was naar de mails aan het kijken en ik was aan het strijken. Dat zal ik nooit meer vergeten. Dat is zoiets die je nooit meer vergeet hé. Miet (de mama van Marieke) zat op dat moment ook in de ouderraad.
Dan stond er in die mail dat Marieke en haar papa waren omgekomen in een verkeersongeval. Zo stond het erin. En daarna op school natuurlijk, via een brief.

De ouderraad werd dus als eerste gecontacteerd?

Ja, omdat Miet (de mama van Marieke) ook in de ouderraad zat.

Hoe zijn de kinderen te weten gekomen dat Marieke overleden was?

De kleuters werden ’s morgens samen met hun ouders opgevangen in de eetzaal. Daar werd aan hen allemaal verteld wat er gebeurd was. Men heeft er toen heel bewust voor gekozen om de ouders hierbij aanwezig te laten zijn. Dan zijn de ouders vertrokken. In de klas hebben ze een hele dag gewerkt over wat doodgaan is en wat er met Marieke gebeurd was. Er werden herinneringen opgehaald. Dat was wel een zeer emotionele dag. Maar Marie wist het ook al van ons. Wij hadden het haar verteld nadat we de mail hadden gelezen. We zagen wel dat ze er niet zoveel van begreep. Maar toch vonden we het belangrijk het haar al te vertellen. Ik had het haar verteld want de week ervoor, de vrijdag voor het Pinksterweekend, waren we nog samen met Marieke naar de crèche gelopen. Omdat zij naast de crèche woonde en onze jongste zat nog in de crèche. Wij waren dikwijls op hetzelfde uur in de school om ons kinderen op te halen en daarom vertrokken we dikwijls samen. Dan bleef Marieke en Marie wat spelen in de tuin van de crèche. Op de speeltuintjes van de peutertuin daar.
We hadden nog een speldje gevonden van Marieke. Ik weet dat nog heel goed, dat lag op de kast om dinsdag terug te geven. Ja, dat hebben we nooit moeten doen. Dat is erg hé.

Hoe hebben de kinderen hierop gereageerd?

Ze was nog klein, maar toch heeft dat op Marie een enorme grote inpakt gehad. Ja, omdat het was haar naamgenoot, ze waren allebei van april en waren de beste maatjes. We hadden nog net met Marieke en haar mama naar de crèche gelopen vrijdag. We gingen samen vaak naar huis. Ze kwam ook geregeld bij ons spelen of Marie ging daar spelen. En dan dat overlijden. Ons Marie is mee naar de begrafenis geweest. Ik had haar mee naar de begrafenis genomen, want ik dacht toen echt nog dat het gewoon een ongeval was. Ze had een tekening gemaakt, eentje voor de papa van Marieke en eentje voor Marieke. Om dan mee te geven. En dan werd er over die papa niets gezegd in de viering. Dat was voor mij erg moeilijk.  Ik heb daar toen zelf een draai aan gegeven, dat die op een ander moment werd begraven en dat zijn papa en mama hem liever in het dorp waar hij woonde wilden begraven. Later ben ik van Miet (de mama van Marieke) het echte verhaal te weten gekomen. Zij is mee geweest om afscheid te nemen eigenlijk en zij heeft daar echt wel heel lang mee rondgelopen in haar hoofd. Dat ze daar dikwijls ’s avonds over praatte als wij gingen slapen. En ook zo de verhalen van de andere kinderen zo. Het was zo vaak: Marieke is nu een sterretje of nee sommige vertelden dan op school, Marieke is nu een spook en die komt ’s nachts spoken. En die angsten daarrond. Ze was erg bang in deze periode.
Ook elke dag die foto die in de klas hing zien was voor haar erg zwaar, merkten we. Het deed haar op elke moment van de dag aan het verdriet denken. Ze werden telkens opnieuw geconfronteerd met dat overlijden. Die foto hing in de kring waar ze ’s morgens welkom deden en bidden zeker ook. Ja, zij is daar heel lang bang over geweest. Ook dat doodgaan, dat je zo plots dood kan gaan. Een ongeval, en ja zij was daar heel erg mee bezig.

Welke initiatieven heeft de school genomen na het overlijden van Marieke?

Ja, eerst en vooral zijn wij als ouders en de kleuters van de klas op eerste schooldag na het ongeval opgevangen. In de klas werd ook veel over Marieke en de gebeurtenis gesproken met de kleuters. Er werden heel wat verwerkingsactiviteiten gedaan, zoals kringgesprekken, knutselactiviteiten, etc. Marie had hier veel aan en vertelde er vaak over.
Daarnaast werd er ook met de rouwkoffer gewerkt. De school heeft deze toen aangekocht en deze hebben ze dan ingezet. Hierover is er ook een informatieavond geweest voor ouders. Daarop was toen redelijk veel volk aanwezig. Ze hebben hierbij voornamelijk gewerkt met de jaargenoten. Maar ook op schoolniveau werden enkele acties genomen, zoals bijvoorbeeld een eucharistieviering in de kapel, etc.
Ook werd er vanaf de eerste dag een grote ezel met een foto van Marieke in de inkomhal gezet. Er lag een rouwregister bij dat mensen konden tekenen. Er brandde heel de tijd een kaarsje op de tafel.
Daarnaast heeft de school er samen met Miet (de mama van Marieke) voor gekozen om de kinderen te laten deelnemen aan de afscheidsviering. Er werd een koor samengesteld met kinderen uit de verschillende jaren. Dit koor zong verschillende liedjes tijdens de plechtigheid. Ook hebben de kleuters van Marieke haar klas een lied gezongen tijdens de viering. Dat ken ons Marie nog altijd heel goed.
Wat mij ook altijd zal bijblijven is Karel die het lied van Boudewijn De Groot voor een stuk voorgelezen heeft. Hij was nog zo klein maar wou dit zo graag doen. Die kon amper lezen, maar toch dat was een kleuter. Het was zo mooi en die las dat perfect voor.
Na een jaar werd er ook een herdenkingsviering gedaan. Dat herinner ik me nog goed. Daar ben ik samen met Marie naartoe geweest. De vriendinnetjes van Marieke hebben daar samen de vlinderdans gedanst. De vlinderdans was een dansje dat ze samen hadden geleerd op school voor de schoolmusical. Marieke had hier zelf nog aan meegedanst op het schoolfeest. De school was in die zin wel erg betrokken bij het afscheid van Marieke. Die musical uit de school werd helemaal herwerkt naar afscheid nemen en ja een vlinder, nieuw leven.

De school heeft hierin wel wat informatie niet verteld. Ze hebben de oorzaak (namelijk dat de papa expres ergens tegen is gereden om zich te wreken op de echtscheiding) niet aan de mensen hun neus gehangen. Maar ja, is dit goed of niet goed… Wanneer ze alles gaan vertellen, waar is dan de privacy? Van de mama? En van de familie? Dat weet ik niet goed. Wat wou zij dat er verteld werd, geweten werd? En hoe?

Wat vind jij van de initiatieven die de school toen genomen heeft?

Dat vind ik moeilijk, ik vind dat de school ongelooflijk zijn best heeft gedaan. Ze hebben heel veel goede dingen verwezenlijkt. Ik denk dat dit erg moeilijk is, want je kan hiervoor wel richtlijnen volgen, maar ja… Het blijft toch een geval apart.
En het raakt iedereen in de school wel denk ik. Je ziet, jij zat in het zesde en ging veel helpen bij de kleuters. Het raakt jou ook sterk dan. Maar ik denk dat het alle ouders ook wel diep raakt. Het confronteert je met zaken waar je liever niet meer in contact komt. Ook op de kinderen heeft het een grote invloed gehad denk ik. Kinderen werden angstig en er gingen tussen de kinderen heel wat verhalen de ronde. Daar hebben ze misschien minder rond gedaan, maar is dat slecht? Dat vind ik een moeilijke vraag…

Ik heb wel gehoord in de wandelgangen van school dat er heel wat opmerkingen waren over de foto. Dat kinderen altijd opnieuw geconfronteerd werden met de gebeurtenis. Dat er mensen waren die zich daar vragen bij stelde, maar ik heb daar eigenlijk niet echt een mening over of dat goed was of niet goed was. Ik denk dat zoiets verschillende kanten heeft. Enerzijds is het mooi dat het niet vergeten wordt, dat ze opgenomen blijft in de gemeenschap van de school. Anderzijds is het wel zo dat het inderdaad altijd die confrontatie is. Maar als daar dan op een goede manier mee omgegaan wordt, denk ik dat het wel heel zinvol kan zijn. Maar dat is dan denk ik de taak van de kleuterjuf denk ik. Dat werkt ook troostend denk ik, want ze is niet vergeten, ze is nog bij ons. Zo voelde Marie dit ook wel aan.

Maar voor de kleuterjuf is dit volgens mij ook echt niet gemakkelijk. Ik werk in een bibliotheek en vorige week was er een juf van het tweede leerjaar waarvan één van de kindjes is uitgevallen met kanker dat ze plotseling ontdekt hebben en die heeft wat gemaild met mij zo. Ze zei dat ze dat ontzettend zwaar vond als leerkracht om dat een plaats te geven. En dat kindje is nu, sinds vorige vrijdag terug op school en die kreeg eigenlijk wel veel kansen. Dat is dus eigenlijk nog niet echt afscheid maar toch een confrontatie met iets levensbedreigend. Die kindjes zijn dan ouder, tweede leerjaar, maar ook nog klein en dat zij dat toch heel moeilijk vindt. Zij zei dat ze zich alleen voelde staan.
Bij de juf van Marieke was dit toen ook zo. Ze zei dat ook vaak tegen ons. Maar anderzijds had ik wel het gevoel dat zij zich heel sterk probeerde te houden voor de kleuters.

Op welke manier heeft het gebeuren een invloed gehad op het leven van je kind?

Wel, het heeft een zware indruk nagelaten. Niet alleen op Marie maar ook op ons. Het was als ouder ook niet gemakkelijk om hiermee om te gaan. Je ziet je kind bang hebben voor allerlei zaken en je weet zelf op de duur niet meer hoe je daarmee moet omgaan.
Het was voor haar erg zwaar direct na het overlijden.
Maar wat ik me ook nog goed herinner is dat hier iemand aan de deur, ik weet niet meer goed wie het was, iets zei over dat de papa de oorzaak was. Dat was een tijdje na het gebeuren, maar toen heeft dat terug iets los gemaakt. Ze was terug erg angstig, terwijl het net iets beter ging. Ze twijfelde aan de veiligheid van je vader, van je gezin. Voor een kind zou een papa nooit zoiets doen. Dat vond ik heel moeilijk, hoe je daarmee moest omgaan.

Heeft het nog steeds invloed op jullie leven en op het leven van Marie?

Vandaag de dag minder denk ik, maar het blijft toch altijd een moeilijk onderwerp.  Bij mij heeft dat heel lang ook als ouder geleefd, dat is iets dat de kleuterjaren van Marie toch ook wel voor mij een beetje hebben gekleurd, beïnvloed heeft. Toen Marie in het tweede leerjaar zat, was er in de klas een kindje waarbij van de ene dag op de andere kanker werd ontdekt. Ze was bevriend met dat meisje. Dat was schildklierkanker, maar die haar ouders zij allebei dokter-specialisten. En ze hebben dat zelf eigenlijk ontdekt. Die haar papa is op een zondag met haar naar het ziekenhuis gegaan. Er was een knobbeltje en toen heeft hij gezien van kijk dat is hier niet pluis. Dus die heeft vrij snel geopereerd. Maar die kanker zat verweven met het slik- en spraakzenuwen. En toen hebben ze de ouders laten beslissen, ofwel nemen we de hele kanker weg en dan kan ze niet meer slikken en niet meer spreken. Ofwel laten we stukjes zitten en hopen we op de nabehandeling. Die ouders hebben gekozen voor de tweede optie. Dat kind is ondertussen al een stuk of drie keer behandeld, maar ze hebben dat niet onder controle gekregen. Dat was voor Marie opnieuw een confrontatie met iets levensbedreigend. De confrontatie met dood en lijden. Plus ik ben een oudere mama, ik was veertig toen Marie geboren werd en daar is ze ook veel daarmee bezig geweest. Van jij bent al oud, dat ik rap ging sterven. Ja zo die dood. Het heeft toch een grote invloed gehad op haar leven. De dood was heel aanwezig in haar denken. Ze was er erg mee bezig, het was zo twee gebeurtenissen die kort opeen volgden. Het kleurt toch ons hele leven nog steeds de dag. Ik vind het wel positief dat er vandaag de dag meer aandacht aan besteed wordt, toch veel meer dan wanneer ik jong was.